maandag 24 augustus 2015

Gaten in de planken

Toen ik vanochtend de computer aanzette viel mijn oog op een gedicht, Alzheimer Poem, en de tranen liepen me over de wangen. Het is dan weliswaar geen Alzheimer, maar hersenletsel kan even vervreemdend zijn, het is een ingewikkeld ding.

Mijn vader is er nog, maar soms reageert hij ineens anders dan hij vroeger zou hebben gedaan. Toen hij net in het revalidatiecentrum lag probeerde ik het onder woorden te brengen tegen een van zijn vele therapeuten: het is net een boekenkast met gaten in de planken, maar ik weet niet waar ze zitten. Als ik er een boek inzet, weet ik nooit of het erdoorheen valt of blijft staan.

We zijn nu drieënhalf jaar verder, en ik weet nóg niet altijd waar de gaten zitten, en om het nog ingewikkelder te maken hangt het ook nog van de dag, of zelfs van het uur af hoevéél gaten er zitten. Als hij goed uitgerust is en er geen afleidingen zijn kan hij heel helder zijn, en is hij soms bijna mijn ‘hele’ vader zoals ik hem altijd heb gekend - maar als hij slecht heeft geslapen, fysiotherapie heeft gehad, of door iets van buiten of iets van binnen wordt afgeleid is het een ander verhaal. Andersom is het bij mij eigenlijk precies hetzelfde: als ik goed ben uitgerust en er geen afleidingen zijn, van binnen of van buiten, kan ik het redelijk aan, dan kan ik het opbrengen om het te relativeren, te bedenken dat hij er niets aan kan doen als hij weer onredelijk tegen me uitvalt, iets weigert om volkomen onduidelijke redenen, vergeet waar hij is geweest, weer opnieuw wil onderzoeken waarom hij een beroerte heeft gehad, denkt dat hij dingen nog kan die hij niet meer kan, of niet meer weet waar ik ben geweest of wat ik aan het doen ben. Dan ben ik lief, en geduldig en begripvol. Als dat niet zo is, als ik moe ben of verdrietig, kan ik er niet mee omgaan. Dan ben ik woedend dat hij dingen vergeet, onhandig is, veranderd is. Woedend dat hij een beroerte heeft gehad, in een rolstoel zit, elke dag pijn heeft en zo afhankelijk is. Woedend dat ik mijn vader zo mis. De vader waar ik meerdere keren per week mee belde (altijd na twaalven, anders was hij ‘Met het oog op morgen’ aan het luisteren) en lange gesprekken mee voerde over het leven, de wereld, politiek, films, boeken. De vader waarmee ik lange wandelingen door de stad maakte, onze neus achterna. De laatste was over de Haarlemmerdijk, ik heb de foto's nog. De vader die het altijd onthield als ik een belangrijk gesprek had, het aanvoelde als ik het moeilijk had of juist met me meejuichte als ik een succesje boekte.

Dat hij er nog is, maar al die dingen niet meer kan is zo verwarrend, en maakt me soms zo machteloos dat ik tegen hem uitval en harde woorden zeg - waar ik me dan vervolgens verschrikkelijk schuldig over voel. Het is zo dubbel: me er teveel van aantrekken is dom want hij kan er niets aan doen, maar me er niets van aantrekken voelt alsof ik hem niet meer serieus neem, het opgeef. Zelfs na drieënhalf jaar went het niet, en ik vraag me af of het ooit zal wennen.

My Everything
(Alzheimer Poem)
by Brenda Houck

Do not ask me to remember
Don’t try to make me understand
Let me rest and know you’re with me
Kiss my cheek and hold my hand.

I’m confused beyond your concept
I am sad and sick and lost
All I know is that I need you
To be with me at all cost.

Do not lose your patience with me
Do not scold or curse or cry
I can’t help the way I’m acting
Can’t be different though I try.

Just remember that I need you
That the best of me is gone
Please don’t fail to stand beside me
Love me until my life is done.

I didn’t ask for this affliction,
I didn’t want this day to come
Though I sensed my soul was leaving
As my body began to roam

Hold me when I start to tremble,
When I stare away so far.
Only you can bring me comfort,
Though I may not know who you are.

When my life is over
And your normal days return
Know how much I loved you
And how much you really learned.

About life and death and sickness
And the pain that each can bring
Know you were my angel,
You were my everything.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten