zaterdag 2 mei 2015

The cruelness of strangers

Anderhalf jaar geleden schreef ik een stukje, The kindness of strangers, over iemand die onverwachts vriendelijk was. Het kan ook andersom. 

Door zijn hersenletsel kan mijn vader zijn financiën niet meer zelf doen, dus dat doe ik voor hem. Toen hij zijn beroerte kreeg in 2012 bleek hij nog behoorlijk wat achterstallige belasting te moeten betalen, en doordat ik in het begin werkloos was en fulltime mantelzorg verleende (wat de mantelzorger zélf ook geld kost) deed ik af en toe ook een beroep op zijn rekening. Het gevolg was dat de maximale roodstand van € 2.500,- al snel bereikt was. Ik heb nooit juridisch willen laten vastleggen dat ik zijn zaken voor hem waarnam, ik wilde hem dat onderzoeksproces niet aandoen. Hij had het al moeilijk genoeg met het feit dat hij van de ene op de andere dag volkomen afhankelijk van anderen was, ik wilde hem niet vernederen door dat nog eens door een rechter te laten bevestigen.

Al drie jaar lukt het me om onze hoofden boven water te houden, mede doordat ik veel begrip kreeg van alle betrokken partijen. Zijn pensioen was niet voldoende om het ontstane gat op zijn rekening te dichten, maar door goede afspraken met de belastingdienst, en te zorgen dat zijn rekening elke drie maanden positief stond door er mijn eigen geld op te storten, redde ik het net om elke maand alle rekeningen te betalen en het krediet te handhaven. Inmiddels was ik voor mezelf begonnen, dus hoefde ik ook geen beroep meer te doen op zijn rekening – maar het gat permanent dichten lukte niet, mede door de steeds maar hoger wordende zorgkosten.

Deze maand had ik het (tot mijn grote blijdschap) knetterdruk – zo druk dat ik volkomen vergat dat er alweer drie maanden verstreken waren en ik had moeten zorgen dat zijn rekening positief stond. Zijn pensioen was al wel overgemaakt. Gevolg: ik kon ineens niets meer overmaken en er moest nog € 1.400,- aan rekeningen betaald worden, waaronder de aflossing aan de belastingdienst, de maandelijkse AWBZ-bijdrage en de huur voor zijn zorgwoning. Totaal in paniek belde ik de bank, die me naar het kantoor verwees. Bij het kantoor aangekomen verzuchtte de employee dat hij niet begreep waarom ik naar het kantoor was gestuurd en verwees me terug naar de klantenservice, die ik, thuisgekomen, belde. Ik kreeg een jongedame aan de lijn en legde uit wat er aan de hand was, dat het mijn fout was, dat ik begreep dat dit de regels waren maar of er een mogelijkheid was om het terug te draaien of een maand uit te stellen zodat ik wat tijd zou hebben om een oplossing te zoeken. Het antwoord was keihard: “Nee mevrouw, buiten dat u niet gemachtigd bent gaan we dit ook niet terugdraaien. Nee, dit zijn de regels. Nee, mijn leidinggevende is er niet, maar al zou hij er zijn, hij zou hetzelfde zeggen: nee.”. “Maar dan kunnen de huur en de zorgkosten niet betaald worden, wat kan ik nog wél doen? Ik heb zelf ook niets, ik weet niet waar ik het vandaan moet halen. Er moet toch iets zijn wat ik kan doen?”. “Dat weet ik niet mevrouw. Wij kunnen u niet helpen.”. Volkomen verbijsterd en in tranen wenste ik haar – zeer tegen mijn gewoonte in – de situatie toe waar ik inzat, en hing op.

Natuurlijk moet er aan de voorwaarden van zo’n krediet voldaan worden, en staat de bank formeel in zijn recht. Waar zo’n jongedame alleen niet bij stilstaat is de enorme impact die zo’n kille houding heeft: al drie jaar vecht en werk ik me rot om alles voor mijn vader op orde te houden, zelfs in mindere maanden lukte het me om alle rekeningen te betalen, en op zo’n moment voelt het of je niet verder komt, niet alleen op financieel vlak (want nu is er een nieuw gat ontstaan wat ik moet zien te dichten, vechten tegen de bierkaai) maar ook op menselijk vlak: ik hield het aldoor vol doordat er mensen waren die begrip hadden voor de situatie, en samen met mij naar oplossingen zochten – dat bood ook troost, het gevoel dat ik niet alleen stond in de zorg voor mijn vader. Het was natuurlijk fijn geweest als ze een hand over haar hart had gehaald, maar als dat echt niet kon op zijn minst een beetje begrip had getoond of een alternatief had aangedragen. Maar nee, dit ene telefoontje was een ijskoude douche, en deed me de moed in de schoenen zinken. 

Opgeven zit niet in mijn aard, dus na een bijna slapeloze nacht vond ik een oplossing (die ook afgelost moet worden en tegen een nóg hogere rente, maar veel keus heb ik niet) - maar wat zou het mooi zijn als bij het woord ‘mantelzorg’ in de toekomst ergens een lampje aangaat: graag een beetje menselijkheid met een toefje empathie, ze hebben ’t al zwaar genoeg. 

 En nu maar hopen dat ik de loterij win...

Edit: niet lang na publicatie werd ik gebeld door een aardige dame van de betreffende bank (ING). Het intrekken van het krediet kon niet worden teruggedraaid, maar ze bood haar excuses aan voor de kille collega, gaf adviezen waar ik daadwerkelijk wat aan had en liet me een bos bloemen sturen. Ik ben tevreden over de afhandeling, maar ik laat dit artikel wel staan om inzicht te geven in de dagelijkse beslommeringen van een mantelzorger. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten