maandag 8 september 2014

Is 53 seconden lang genoeg om mijn ziel bij elkaar te rapen?

Rana Mourtaja is 17 en woont in Gaza. Ik vond haar verhaal zo aangrijpend dat ik het heb vertaald. Een kleine toelichting: Israël heeft de gewoonte om eerst een lichte raket op een huis af te vuren om bewoners de kans te geven te vluchten, om dan na 53 seconden het huis plat te bombarderen. Deze tactiek heet 'Roof Knocking'.


Een noot aan de lezer: ik schrijf, niet omdat schrijven nou eenmaal moet wanneer de muze toeslaat, maar simpelweg om mezelf te kunnen volgen in deze eindeloze oorlog. Ik kijk niet na wat ik schrijf, ik redigeer niet, ik schrijf gewoon.

Zoals elke getuige van Gaza’s vele oorlogen tekende ik in op de lijst van aanwezigen toen deze oorlog begon, en hier ben ik, wachtend tot het stopt, zodat ik nog een keer kan tekenen als getuige. Of, het alternatief, dat iemand anders namens mij tekent op de lijst van hen die in eeuwige slaap vielen.

‘Drieënvijftig seconden of minder’ – of, als je veel geluk hebt zou je er ‘of meer’ bij kunnen denken.

Hier is mijn definitie van wat ik een 'waarschuwingsraket' heb genoemd: het is een wachtwoord dat me toegang verschaft door de poorten van de dagelijkse hel van Gaza.

Lieve God, wat zou ik kunnen doen in 53 seconden? Nou, ik heb geleerd om in alles zelfredzaam te zijn. Aan het begin van de oorlog pakte ik een paar van mijn favoriete kledingstukken, plus een paar boeken. Eerst had ik moeite met het uitzoeken van de boeken die ik mee wilde nemen (uiteindelijk nam ik alleen de boeken mee die gesigneerd waren of waar een opdracht in stond, en een paar ‘must-reads’). Ik vergat niet mijn schooldiploma’s in te pakken; bescheiden prijzen voor bescheiden prestaties; en de keffiyeh [een traditioneel hoofddeksel dat voornamelijk door mannen in Arabische landen en landen met een droog klimaat gedragen wordt om hen te beschermen tegen kou, zon, stof en zand - noot van de vertaalster] die ik van een vriend in Jeruzalem kreeg tijdens mijn enige bezoek aan die stad. Ook vergat ik het souvenir niet dat ik van mijn vriendin Rima kreeg, een paar dagen voor ze vertrok; aantekeningen die ik had uitgewisseld met mijn klasgenoten en een paar brieven van vrienden. Na even proppen paste alles in mijn tas, plus wat kaarten, fotoalbums en andere cadeautjes.

Ontsnappingsscenario
Ik word gek. Hoe gênant het ook is om dat toe te geven, dat is wat er gebeurt. Ik besluit een ‘ontsnappingsscenario’ te bedenken, voor het geval me ’s nachts een waarschuwingsraket gegund wordt, dan ben ik maar voorbereid. Ik stel de stopwatch op mijn telefoon in, en door dit te doen komt er een stroom van tegenstrijdige, aangrijpende gedachten los: moet ik eerst schreeuwen, om mijn broertje wakker te maken waar ik een kamer mee deel? (Een broer die, sinds zijn geboorte, alleen kan slapen met het licht aan, terwijl ik alleen maar kan slapen met het licht uit - niet dat het er toe doet, aangezien we allebei niet kunnen slapen als er raketten en granaten om ons heen inslaan). Draag ik mijn broer of mijn tas? Zal ik er überhaupt aan denken mijn tas mee te nemen? Of sta ik verdwaasd voor mijn moeder, die ongetwijfeld tegen me staat te schreeuwen dat ik op moet schieten en me, zoals gebruikelijk, verwijt dat ik alles alleen maar erger maak door mijn luiheid? Ik word bijna krankzinnig als ik al deze scenario’s bij elkaar optel… tot ik opschrik uit mijn dagdroom: mijn moeder vertelt dat we bij mijn tante gaan logeren omdat haar buurt veiliger is.

Ik had al moeite om mijn belangrijkste bezittingen in één tas te krijgen, en nu is het me niet gelukt om een samenhangend plan te bedenken om uit het gebouw te komen wanneer er dichtbij een waarschuwingsraket inslaat. Ik probeer niet na te denken over de mogelijkheid dat het me niet lukt om mijn ziel bij elkaar te zoeken uit alle plekjes van dit ruime universum, mocht ik door een raket geraakt worden tijdens het vluchten, of als de piloot besluit om niet de gebruikelijke 53 seconden pauze te nemen tussen de waarschuwingsraket en die voor mij.

Opmerking: ik wil graag mijn dank uitspreken aan hen die ons met dodelijke raketten waarschuwen tegen de dood. Veel dank aan degenen die me waarschuwen tegen wapens door het gebruik van andere wapens; aan degenen die me waarschuwen tegen de dood met de dood.

Ik luister liever naar muziek
Op de radio raast en tiert een begrafenisondernemer over het almaar stijgende aantal martelaren, en hoe elke nieuwe dode meer zout in de wonden strooit. Ik vraag me af wat er zou gebeuren als ik zou besluiten naar muziek te luisteren, in plaats van hem te vergezellen in deze eindeloze opsomming van martelaren, luchtaanvallen, vliegtuigen, gebeden van de ouderen, gehuil van baby’s. Ben ik een verrader als ik hem uitzet?

Over een paar dagen van oorlog – ik bedoel deze oorlog – word ik zeventien. Dan heb ik drie conflicten overleefd, elk met zijn eigen verhaal en gebeurtenissen. Ik luister niet meer naar het nieuws, maar luister in plaats daarvan naar muziek. Ik hoop dat de duivel begrijpt dat ik, door dit te doen, niet degenen verraad die een ticket God geboekt hebben, of hen die nog op hun beurt wachten in de lange rij. Ik verraad alleen de oorlog.

Ik ben bang dat ik niet naar mijn oude leven terug zal kunnen gaan, als de oorlog ophoudt. Wat ik schrijf zal in ieder geval nooit meer hetzelfde zijn. Mijn brein kan geen verband leggen tussen Gaza en schoonheid – behalve de zee, waarvan de geur zal moeten volstaan voor het schrijven van toekomstige gedichten. Op dit moment ruikt zelfs de zee naar bloed, het bloed van hen die football speelden op het strand toen de duivel ze kwam halen met zijn raket, die werd afgeschoten uit een toestel wat rondvloog in een engelloze lucht. Het lijkt of God, van alle plekken op aarde, Gaza heeft uitgekozen om zijn wraak over uit te storten.

Vergeef me, maar hoe kan ik teruggaan naar mijn oude leven, belast met de schuld van het nog in leven zijn, van nog kunnen ademhalen? Door die vraag te stellen valt op dat ik de mogelijkheid dat ik de komende dagen doodga blijkbaar heb uitgesloten.

Ik verontschuldig me dat ik nog in leven ben. Maar ik verontschuldig me niet voor mijn poging het geweten van de wereld wakker te schudden met deze tekst. Mijn verontschuldigingen aan de moeder, die haar zoon op zijn verjaardag op pad stuurde om boodschappen te doen voor zijn favoriete gerecht, alleen om hem terug te krijgen als martelaar waarbij haar niets restte dan te rouwen op zijn begrafenis, en de rest van haar kinderloze nachten huilend door te brengen. Mijn verontschuldigingen aan de kinderen,  waarvan de ouders hen voor het Suikerfeest veiligheid beloofden in plaats van geld, en voor wie het Suikerfeest vreugdeloos en onopgemerkt voorbij ging. Mijn verontschuldigingen aan de kinderen wiens vader hen verliet om een 'reis naar God' te maken - zoals hun moeder zei - en voor wie de belofte van veiligheid nog heel ver weg is. Mijn verontschuldigingen aan de man die, na jaren van hard werken, eindelijk een huis kon kopen voor zijn gezin waarvoor hij al zijn spaargeld gebruikte, alleen om het neergehaald te zien worden door de oorlog, waardoor hij met niets dan schulden achterbleef. Tot slot, mijn excuses aan Gaza dat ik nog in leven ben. Gaza, mijn lief, ik ben moe. Ik weet nog steeds niet hoe ik over je denk, erger nog, dat zal ik nooit weten, want de waarheid bestaat niet. Elke weg waarvan beweerd wordt dat hij erheen leidt, is slechts een weg naar de ondergang.

Een thuis bestaat niet alleen uit vier muren
Zijn we voorbestemd om niets dan cijfers te zijn? En blijven we ook na de oorlog slechts cijfers?

Honderd martelaren, duizend martelaren, tienduizenden martelaren. Een honderdtal gewonden, duizenden gewonden, tienduizenden gewonden ... Zodra de oorlog voorbij is, zodra de telling is gestopt, tel het totaal aantal doden op, trek het af van de bevolking in Gaza en noteer wat overblijft. Omschrijf hen als 'oorlogsoverlevenden, psychiatrische patiënten'.

Blijven we slechts getallen, opgeteld of afgetrokken, als de oorlog is beëindigd? Zullen journalisten, bloggers, social-media-gebruikers ooit begrijpen dat degenen die gestorven zijn niet alleen nummers en namen waren, maar verhalen die werden verteld en die nog steeds worden verteld? Hetzelfde geldt voor hen die hun ledematen verloren, en hen die zwaar gewond wachten tot ze opgeteld kunnen worden bij het dodenaantal in de komende dagen of maanden. Zullen de mensen ooit begrijpen dat een gesloopt thuis niet alleen bestaat uit vier muren? Wanneer zal ik stoppen met het horen van 'Door de hemel gestuurd, en door de hemel gestolen', of 'het is beter om geld te verliezen dan het leven'? Die huizen droegen het zweet van de vaders en de offers van de moeders, het gelach van kinderen en de opstand van de tieners, de slapeloze nachten van volwassenen en de dementie van ouderen, familiediners op vrijdag en het gefluister van de gebeden op zondag.

Achter elke naam ligt een verhaal
Om je te helpen te begrijpen wat ik bedoel zal ik je een kort verhaal vertellen.

Onze buurman, Abu Ashraf, had een vrachtwagen. Op een dag, tijdens de oorlog, leende iemand zijn vrachtwagen om zijn meubels uit zijn huis te halen, dat in een wijk lag die regelmatig gebombardeerd werd. De man bood aan de truck ’s avonds terug te brengen, maar Abu Ashraf zei nee, breng de truck maar liever morgenochtend terug, uit angst dat een van die heldere objecten die in de lucht zweven de truck zou aanmerken als een lid van het verzet. Die nacht vielen er in onze wijk meer bommen dan ooit. Maar, zoals mijn oma ‘s ochtends zei: 'Duizendmaal dank, lieve God, dat de zon opkomt en we nog een dageraad zien.' Abu Ashraf besloot zo snel mogelijk te vertrekken, maar de truck was nog niet terug dus ze moesten een taxi zien te vinden om de hele familie te verhuizen. De chauffeur ging akkoord met twee ritjes naar hun nieuwe plek.

Abu Ashraf, zijn vrouw Um Ashraf, en hun ongehuwde zonen en dochter stapten allemaal in de eerste taxi. Ondertussen wachtten zijn getrouwde zoons - Ashraf, met zijn vrouw en hun twee kinderen, en Ahmad, zijn zwangere vrouw (die nog twee maanden te gaan had voor de bevalling), en hun dochter in de tuin tot de taxi ze kwam halen voor de tweede rit. Die bereikte hen nooit, niet omdat de taxichauffeur weigerde terug te gaan, maar omdat een verkenningsvliegtuig de wachtende familie op een enkele reis naar hun God had gestuurd.

Ik huilde niet omdat de goddelijke voorzienigheid had gefaald om in te grijpen en de kinderen te sparen, of omdat ik stiekem wenste dat Abu Ashraf en Um Ashraf ook gestorven waren met hun zonen, zodat ze in de eeuwigheid kunnen worden verenigd in plaats van elke dag, gescheiden van elkaar, te sterven. Ik huilde omdat de omroeper gewoon op de radio aankondigde: ‘Zes leden van de Al-Khalili familie omgekomen in gerichte luchtaanval in het Al-Tuffah district in Oost-Gaza'.

Lieve God, was hun leven zo waardeloos dat hun grote reis in deze wereld kon worden teruggebracht tot één zo’n zin? En, lieve God, niet eens een ware zin! Er waren er zeven. Dat ongeboren kind was ook een persoon, waar een wieg en en kinderkleertjes op wachtten. Beantwoord één vraag voor me, lieve God, denkt u dat Um Ashraf de kleertjes en de wieg van hun ongeboren kleinkind zal bewaren?

Aan een dierbare vriend die ik heb beloofd om in leven te blijven:

Ik heb je beloofd dat ik in leven zou blijven in weerwil van hen – en je weet wie ik met ‘hen’ bedoel. Je antwoordde dat ik in leven moest blijven voor mezelf, en niet voor, of in weerwil van een ander. Je zei dat je een stukje van je ziel zou kwijtraken als ik dood zou gaan. Het spijt me dat ik me op zo’n rotmanier aan mijn belofte hou, maar ik kan een trage dood niet meer aan. Mijn vriend, het enige wat ik wil is dat ze ons met rust laten, en ons onze levensreis in vrede laten voortzetten.

Ik leef nog, mijn vriend, en ik hou me aan mijn belofte. Weet je waarom? Ik zal alleen maar antwoord geven omdat ik weet dat je een geheim kan bewaren: ik ben nog steeds in leven omdat de dood de makkelijkste manier is om uit de oorlog te komen, en leven is het moeilijkst.

Leven is echt het moeilijkste wat er is.

Rana Mourtaja, augustus 2014

Geen opmerkingen:

Een reactie posten