dinsdag 22 oktober 2013

The kindness of strangers

Vanochtend heb ik een boeiende workshop gehad voor startende ondernemers, die mijn hoofd heeft volgegooid met vragen en dingen die ik nog wil uitzoeken. Als de workshop is afgelopen bel ik zonder nadenken mijn vader of hij zin heeft om samen te lunchen, ik zie hem al zo weinig.  

Als ik daar eenmaal ben heb ik ’t, zoals altijd, weer onderschat. Post is verkeerd opgeborgen en daardoor niet behandeld, er is weer gedoe over zijn rolstoel, hij is zijn toekomst aan het re-valideren. Moeilijke gesprekken dus. En dan de klap op de vuurpijl: donderdag is hij jarig, hij had me een week geleden al gevraagd samen met hem ergens te eten, en ik had ja gezegd. Ik vraag of ik moet reserveren. Ik kijk voor de zekerheid in zijn agenda, en dan blijkt dat hij doodleuk een andere afspraak heeft gemaakt. Nog steeds niet gewend aan zijn hersenletsel begin ik te mopperen, ik had me erop verheugd, maar vooral het kind in me is gekwetst: hoe kan je me nou zomaar vergeten? Van schrik begint mijn vader te huilen, waardoor ik me weer schuldig voel. Ik slik onmiddellijk mijn mopperkind weg, troost en knuffel mijn vader en stel hem gerust: dan gaan we zaterdag toch samen wat leuks doen? Dan kan je twee keer je verjaardag vieren, da’s toch leuk? Nee joh, helemaal niet erg dat je die afspraak met mij vergeten bent, ben je gek, ik maak me weer druk om niks, kan jij niks aan doen. Hij knapt gelukkig snel weer op, maar ik loop volledig uitgeput de deur uit.  

Onderweg naar huis moet ik nog even een boodschap doen bij de supermarkt om de hoek. Diep in gedachten sta ik in de rij bij een caissière waar ik wel vaker gesprekjes mee heb over dingen als het weer. Ze weet niets van mijn besognes. Fronsend kijkt ze me aan. “Je loopt te piekeren” stelt ze terloops vast, terwijl ze een pak melk laat piepen. Ja, zeg ik verbaasd, kan je het zo goed zien dan? “Ja, normaal zie je er een stuk vrolijker uit”. Oh, ik ga zo naar huis, even drie keer ademhalen en ik ben weer boven Jan hoor, antwoord ik monter met een halfgelukte glimlach. Ze haalt haar schouders op. “Waarom zet je ’t niet gewoon even lekker op een brullen?”. Ineens voel ik hoe hoog mijn tranen zitten. Ik zeg nog iets nietszeggends en vlucht snel naar huis, voor iemand anders me leest.

Sommige mensen betalen een fortuin voor een therapeut. Ik zeg: ga even langs de supermarkt om de hoek…

1 opmerking: