donderdag 12 september 2013

De avonturen van de handspalk – deel I

Van het kastje naar de muur en de tafel en weer terug.

Mijn vaders’ linkerkant is verlamd, en hij heeft neglect. Neglect, letterlijk vertaald ‘verwaarlozing’, betekent dat hij zich niet (voldoende) bewust is van zijn linkerkant. Wij denken onszelf als heel mens, bestaande uit links en rechts, voor en achter. Hij denkt zichzelf als heel mens, bestaande uit rechtsvoor en –achter. Het is een wonderlijk principe, dat zich op allerlei manieren uit: hij laat op de linkerkant van zijn bord vaker eten liggen, hij slaat linkerbladzijdes over, hij rijdt rustig over mijn tenen als ik per ongeluk aan zijn linkerkant sta. Helaas betekent het ook dat hij niet corrigeert als zijn verlamde linkerhand niet goed ligt (waardoor zijn vingers kunnen vergroeien). Daarnaast trekken zijn vingers soms onwillekeurig krom, spasticiteit noemen ze dat. Om die reden kreeg hij in de zomer van 2012 een handspalk, waardoor zijn onderarm, pols en hand gestabiliseerd werden.

In zomer van 2013, een jaar later dus, begon de spalk uit elkaar te vallen, de bandjes die het ding moesten vasthouden begonnen los te laten. Zijn ergotherapeute en fysiotherapeut constateerden dat het een tijdelijke spalk was, en vroegen zich af wanneer de definitieve spalk gepland stond. Ik wist nergens van, dat was me niet verteld en er was nooit iets aangevraagd. Ik gaf op hun advies aan zijn nieuwe huisarts door dat er een definitieve spalk moest worden besteld. Die reageerde verbaasd: “Moet ik dat doen?”. Jaha, ik weet natuurlijk niet hoe en waar. Er kwam een formulier waarop de arts en de ergotherapeute een deel moesten invullen en wat mijn vader moest ondertekenen. Ze legden het na het invullen van hun deel op zijn tafel. Mijn vader bekeek het formulier, stopte het in een envelop en stuurde het naar mij toe – ik ben tenslotte degene waar je ingewikkelde papieren heen stuurt. Hij had het niet ondertekend. Ik stapte in mijn autootje en reed weer naar hem toe met het formulier, vroeg als zijn grootste fan om zijn handtekening en deed het formulier op de bus naar de leverancier.

Na drie weken niks gehoord te hebben belde ik de leverancier. “Oh, maar we hebben niets ontvangen hoor.”. Ik checkte het adres nog eens, dat was echt het juiste adres. “Ja ziet u, wij doen niet zoveel met post, normaliter worden die aanvragen gefaxt door de arts”. Tandenknarsen. Drie weken tijd verspild, en ondertussen zat mijn vader met een handspalk die hem pijn deed door alle tijdelijke oplossingsbandjes en strips. Weer een mail naar de huisarts en de ergotherapeute met het dringende verzoek dit in orde te maken.

Twee weken later. Leverancier maar eens gebeld, die hadden geen fax ontvangen. Ik legde uit hoe ongelukkig dit allemaal liep. De leverancier toonde begrip en plande vast een passingsafspraak in, maar het formulier moest dan wel voor de afgesproken datum binnen zijn. Huisarts en ergotherapeute weer gemaild, het formulier was nog niet klaar – twee weken na mijn verzoek. Uiteindelijk kreeg ik een dag voor de passingsafspraak een BCC’tje waaruit bleek dat faxen niet was gelukt, en de ergotherapeute de aanvraag dus maar mailde.

Eindelijk was het zover, de dag van de passingsafspraak. We reden binnen in een klein kantoortje waar de rolstoel nauwelijks kon manoeuvreren. Ik legde aan de dame achter de balie uit waarvoor we kwamen. Ze kon de aanvraag in eerste instantie niet vinden, tot ik haar uitlegde dat hij was gemaild. Eenmaal gevonden keek ze er nadenkend naar en zei toen: “Oh, ik weet niet of wij dit kunnen hoor. Hier moet een orthopedisch instrumentmaker bijkomen.”. Instrumentmaker, mooi woord. Iemand die dingen maakt waar muziek uit komt. Verbaasd zei ik dat dit toch al duidelijk bleek uit de aanvraag, en dat ik in eerdere gesprekken ook al had aangegeven waar het om ging. Er werd een man bijgehaald, die door de vrouw werd voorgesteld als iemand met kennis van zaken. Hij keek even vakkundig naar de hand van mijn vader, schudde eens met zijn hoofd en zei “Nee, dit kunnen wij niet hoor. Hier moet een orthopedisch instrumentmaker bijkomen. Die moet u maar even opzoeken.”. Zucht. Lieve meneer, waar moeten we die dan vinden? Daarvoor zijn we toch juist hier? Ineens toch behulpzaam zocht hij er zelf een voor me op. Die bleek in hetzelfde pand te zitten als het revalidatiecentrum waar mijn vader zijn tijdelijke spalk had gekregen. Hadden ze net zo goed kunnen regelen toen hij er nog verbleef. Maar ja, misschien denk ik te simpel. Heb ik de laatste tijd wel vaker last van.

Later die middag belde ik het opgegeven nummer en legde uit waar ik voor belde: ik wil graag een afspraak maken, want mijn vader heeft een handspalk nodig. “Oh maar dat kan zomaar niet hoor. Heeft u een doorverwijzing van een specialist?”. Nou ja, ik heb een doorverwijzing van zijn huisarts en ergotherapeute, telt dat? “Nee, dat zijn geen specialisten, het moet een neuroloog zijn.”. Ik voorzag alweer wachten op een afspraak, ondernemingen naar de neuroloog in het ziekenhuis, weer een nieuwe doorverwijzing. Ik legde haar mijn verbazing uit, het is toch raar dat we weer terugmoeten naar de neuroloog voor zoiets simpels, als allang bekend is dat mijn vader halfzijdig verlamd is en hersenletsel heeft? Hij verbleef nota bene maanden in het revalidatiecentrum. “Oh, maar dát zei u er niet bij.”. Nee, je vroeg er ook niet naar muts, dacht ik, je gaat meteen ergens van uit zonder eerst door te vragen. Gelukkig veranderde mijn uitleg de zaken: we kregen een afspraak op een ‘gecombineerd spreekuur’: de revalidatiearts en de instrumentmaker zijn dan beiden aanwezig zodat alles meteen geregeld kan worden - hoop ik.

We wachten af....

Geen opmerkingen:

Een reactie posten